Achtergrond:
Europa bezit een lange en ingewikkelde geschiedenis in relatie tot het Joodse volk en, sinds 1948, met de moderne staat Israël.
Er is meermaals vertelt, dat Europa volgens constructie, gebouwd is op de resten van drie steden : Rome, Athene en Jeruzalem. In dit opzicht is Europa tenminste voor een derde deel Joods.
Meerdere Joodse personages hebben Europa mee helpen vormen. Het zou moeilijk zijn om hedendaags Europa te bedenken zonder de bijdrage van mensen zoals Spinoza, Freud en Einstein.
Maar evenzo bestaan er donkere bladzijden in de Europese geschiedenis, aangaande de behandeling van het Joodse volk. Meermaals werden Joden uitgewezen, verketterd en vervolgd, om de ene en eenvoudige reden, omdat ze Jood waren. Met als hoogtepunt, de zes miljoen slachtoffers, tijdens de Holocaust.
Het is onmogelijk om het nieuwe Europa te begrijpen zonder begrip van de Holocaust.
Na de oorlog werden er twee conclusies gemaakt betreffende de Europese relaties met Israël en de Europese Joden.
- De geschiedenis heeft ons geleerd dat het Joodse volk nooit helemaal veilig zal zijn in geen enkel land behalve in een land dat henzelf toebehoort. Van hieruit moeten we een Joods thuisland, en de creatie van de moderne staat Israël, helemaal ondersteunen.
- Ongeacht het feit dat Europa besefte dat de veiligheid van de Joodse wereld enkel kon verzekerd worden door middel van een eigen staat, zou er nooit nog een Joods persoon moeten lijden of minderwaardig geacht worden in Europa. Nooit opnieuw !
1948-1967-2009
De experts gaan er algemeen over akkoord dat de relaties tussen Europa en Israël relatief warm en tegemoetkomend waren tot aan de Zes Daagse Oorlog in 1967. De gruweldaden uit de Tweede Wereldoorlog waren nog vers in de herinneringen aanwezig, en de ganse wereld keek met bewondering naar de vele prestaties van de jonge en levendige Joodse staat.
Na de Zes Daagse Oorlog in 1967, veranderden langzamerhand het zicht en de houding aangaande Israël. Opeens werd Israël gezien als de verdrukker en de bezetter, en niet langer als een veilige haven voor de vervolgde Joden.
Dit begon in een tijd van algemene omwenteling en studentenbetogingen in het Westen, toen Marxisme het denken van vele intellectuelen en van jongeren begon te vormen. Overeenkomstig Marxistische theorieën werd Israël nu bestempeld als zijnde een Westerse koloniale staat, gesteund door imperialistisch Amerika.
De verandering van politiek denken was niet de enige oorzaak van deze nieuwe houding. De economische vooruitzichten werden uiterst belangrijk. Vooral wanneer de Arabische olie als drukmiddel op de Westerse regeringen werd gebruikt, om de kant van de Arabieren te kiezen in het ganse Midden-Oosten probleem. De combinatie van Arabische olie en de poging om tegen Amerika een machtsblok op te richten, brachten vorm aan de Europese politiek van die tijd. Europa werd nu beschouwd als een Arabische bondgenoot, terwijl Amerika Israël bleef steunen.
Het ontbreekt de Europese Unie voor het merendeel van zijn ambtsperioden aan een samenhangende buitenlandse politieke beleidsvoering, terwijl individuele landen zichzelf vrijuit beter weten te profileren. Maar de laatste jaren wordt de nadruk bij de VN en in Brussel steeds meer gericht op het tonen van een eenheidsfront. Desondanks, zoals onlangs in April 2009, werd de EU verdeeld aangaande het onderwerp van wel of niet deelnemen aan Durban II. Terwijl we dit schrijven, heeft het Tsjechisch EU voorzitterschap een openbaar voorstel ingediend, om een afzonderlijke lijn op te richten, naast de Europese Commissie betreffende de politiek naar Israël.
Europa na 9-11 en vandaag
In 2003 berichtte een Europees onderzoek onder de gewone burgers, dat Israël de grootste bedreiging vormde voor de wereldvrede. Dit gegeven plus het opkomend Anti-Semitisme in Europa, naar aanleiding van de tweede intifada, gaven een teken tot ontwaken en een verschuiving binnen de EU-opinie aangaande Israël. Het ging eveneens samen met de Israëlische beslissing tot terugtrekking uit Gaza en tot het klaarmaken voor de twee-staten-oplossing. Maar het allerbelangrijkste was de terroristische aanslag van 11 september 2001, en later in Madrid en Londen. Plots begreep een deel van politiek Europa de realiteit van terroristische dreiging waar Israël al jaren mee heeft af te rekenen in het Midden Oosten.
Terwijl de politieke klasse op een bepaalde manier meer sympathie kreeg voor Israël, volgde de publieke opinie de laatste jaren niet dezelfde trend. We hebben nu situaties waar regeringen meer pro-Israël zijn dan de meerderheid van het volk. Als de EU en de lidstaten hun beleid tot Israël willen veranderen, dan moeten ze spijtig genoeg rekening houden met de steun van de kiezers.
Dit zou eerder kunnen gebeuren dan we beseffen. Europese steun aan Israël is nauw verbonden aan de afspraken en de concrete uitvoeringsplannen van de Israëlische regering tot het bekomen van een twee-staten-oplossing, zoals bekrachtigd in Annapolis. Als de vastberadenheid van Israël hieromtrent in vraag komt te staan, zal op dit punt Brussel van toon veranderen. Juist nu is dit tijdens de voorbije weken erg duidelijk geworden door opmerkingen van Javier Solana, hoofd van het buitenlands beleid en van de Europese voorzitter voor buitenlandse zaken, Benita Ferrero-Waldner, vanwege de noodzaak voor Israël, om zich te houden aan het vredesplan van Annapolis. Indien Israël “zaken wil blijven doen met Brussel zoals vroeger”, dan zullen de Europees-Israëlische betrekkingen opnieuw voor een grote uitdaging komen te staan.







